Vandaag in Huize De Mik

Wednesday, July 01, 2009

Mes

Weer wat geleerd. Als er iets gebeurt, kun je je tegenover de politie beter voordoen als geinteresseerd burger dan als journalist. Neem gisteravond. Bij toeval was ik in mijn oude buurt Heechterp in Leeuwarden, een van de Vogelaarwijken. De Schieringweg was afgezet, rode linten waren om een huizenblok gespannen en er liepen zeker vijftien agenten rond. -Wat is hier aan de hand? vroeg ik een politieman, die bij het rode lint stond. Een omstander, een buurtgenoot, antwoordde: 'Van alles'. Als ik niks had gezegd had de diender mij vermoedelijk van alles verteld. Maar ik was zo stom om te melden dat ik van de pers was. Ik liet keurig mijn perskaart zien en terstond hield hij zijn kaken stijf op elkaar. Ik werd even keurig doorverwezen naar de persvoorlichter die meneer die daar in de verte stond. Die vroeg van welke krant ik was en zei dat hij niets kon zeggen. Ach wat, voor mijn krant is iets pas nieuws als het erg groot is. En dat wilde zeggen dat er minstens een gijzeling gaande moest zijn met kleine kinderen en een gewapende dader die al slachtoffers had gemaakt. De agent zei dat ik morgen maar even met communicatie moest bellen. Het enige dat hij kwijt wilde was dat er een misdrijf was gepleegd, maar dat er geen doden of gewonden waren. Nu is een misdrijf al de diefstal van een fiets, maar de grote inzet van manschappen maakte duidelijk dat er meer aan de hand was. Wat doe je op zo'n moment? Je gaat met omstanders praten, zodat je direct al een stuk meer te weten komt. Een buurvouw vertelde dat er een man in de woning zat, die zijn ouders had bedreigd met een mes. Zijn ouders hadden de woning al verlaten, maar de man had zich daar verschanst. Waarom de ME en de andere agenten hem niet afvoerden was de bescheiden menigte niet duidelijk. Ik verplaatste me naar een plekje op het Koolwitjeplei, waar ik zicht had op de achterzijde van de woning. Even was de man, boven zichtbaar, voor een raam. Ook aan de achterkant stond een handjevol agenten. Toen mengde zich een andere agent bij het groepje waar ik stond. Iemand die niet wist dat ik van de pers was. En die van alles vertelde. De arme diender stond er al vanaf half twee die middag, zonder iets gegegeten te hebben. Gelukkig voorzagen omwonenden de vertegenwoordigers van de sterke arm van vocht. Maar deze agent zat er duidelijk een beetje door. Uit het zicht van zijn meerderen stak hij een sigaret op. Maar wat was er nu precies aan de hand en waarom werd die man daar binnen simpelweg niet naar buiten gehaald? De agent vertelde dat de bewoner ,,de confrontatie wilde aangaan'' en zich niet zo maar zou overgeven. Bovendien had hij een mes met een lemmet van 30 centimeter, was hij onder invloed van drank en drugs en hij had gezegd dat hij een vuurwapen had en mensen zou gaan doodschieten. ,,Nu zijn ze met hem aan het onderhandelen''. Naar boven stormen om de man op te pakken, kon niet, want hij had met een kast het trapgat gebarricadeerd. -Maar hoe dan ook komt hij naar buiten, sprak de agent. Het kwam mij als leek wat typisch voor dat de politie met een dader die zijn ouders bedreigd had, aan het onderhandelen slaat. Maar het zal wel tactisch te verdedigen zijn. Maar dat je daar vier uur over doet, is op zijn minst opmerkelijk. Nu ik dit optik denk ik aan die zaak waarbij de politie buiten hoorde dat er binnen een man werd afgetuigd. Die overleed later. Ja, je kunt ook te lang wachten. Martin Sitalsing, de nieuwe korpschef van Twente, vindt dat de politie wel iets kan leren van journalisten. Die verzamelen direct een hoop informatie, waar de politie vaak alleen bezig is met een team te formeren. Zo gaan kostbare uren verloren. Dus als journalist zeg ik: aanpakken die bedreiger. Geef hem een half uur en stuur daarna hoe dan ook een arrestatieeenheid naar binnen. Die zijn er voor opgeleid tenslotte om eventuele vuurwapengevaarlijke gekken te overmeesteren. Het is de volgende morgen en dat zal ook wel gebeurd zijn. Hoop ik tenminste.

Monday, June 29, 2009

Primeurtje GPS

Altijd leuk als je een primeurtje hebt. En nog leuker als de regionale media het niet direct oppikken, maar drie dagen later. Het betekent dat ze of je stukje niet hebben gelezen, je krant sowieso niet lezen en de website al helemaal niet lezen. Want vrijdagmorgen jl. had ik al het bericht op onze NRC-site staan dat 200 agenten van de Friese politie per 1 augustus een nieuwe gsm krijgen met een gps-systeem. Ze kunnen dan (ook in hun vrije tijd) worden ingeschakeld als zich in hun buurt een misdrijf voordoet. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken stelt 1,5 ton beschikbaar voor de proef. Pas vanmiddag bracht de Leeuwarder Courant dit nieuws. Ik had ze trouwens zelf nog getipt en mijn internetbericht zaterdag doorgemaild. Omrop Fryslan was nog later (die had ik heel collegiaal, maar met een lichte triomf hetzelfde berichtje gemaild.); daar verscheen hetzelfde bericht pas vanmiddag op hun site. Teun Vet van de politie Fryslan gunde mij dit nieuwtje, toen ik hem vorige week interviewde over Burgernet. Als journalist kick je toch op 'de eerste' zijn. Vooral omdat je in je eentje opereert als correspondent en in de meeste gevallen nieuwsvolger bent. Want natuurlijk kun je niet opboksen tegen een redactie van ruim 100 mensen, zoals de LC die telt.
Overigens heb ik daarnet weer twee collega's getipt over een ander primeurtje, dat ik binnenkreeg. Het is te klein voor mijn krant, maar regionaal is het wel leuk. De Stichting Oude Manegepaarden wordt tegengewerkt door de Friesland Bank. Hoewel de stichting het geld bijeen heeft voor de aankoop van stalruimtes van een manage in Beetgumermolen, traineert de bank die. De FB vindt dat de gronden en stallen van de eigenaar van de manege minder waard worden als hij die verkoopt. Initiatiefneemster Ineke de Groot is laaiend en is woedend overgestapt naar de Triodosbank. Ze wordt nu gedwongen om meer land aan te kopen en moet in zes jaar tijd jaarlijks 10.000 euro extra aan donaties zien op te hoesten. Ineke is een dierenvriendin in hart en nieren en bovendien een ontzettend leuk mens. Ze werkte jarenlang bij uitgeverij Wolters Noordhof en kent het klappen van de pr-zweep. Met hart en ziel zet ze zich in voor de oude manegepaarden, die een heerlijke oude dag tegemoet gaan op de 'ranch'. Bereden worden ze nooit meer. Ik had vorig jaar nog een stuk geschreven over de stichting voor Noorderland. Maar omdat de witte pony Loulou kort daarna overleed is het artikel niet geplaatst. Althans, dat was een van de redenen. De meeste paarden zijn bruin, zodat een witte pony op de foto voor de fraaie variatie zorgt.
Vorige week was ik op een avond van Woman Inc. een netwerkorganisatie van en voor vrouwen. In een bloedheet bovenzaaltje van cafe Wouters zaten zo'n 30 vrouwen om Wieke de Haan en Jantien de Boer (LC) geinterviewd te zien en horen worden. De centrale vraag was wat je kon doen om je netwerk te vergroten en hoe vrouwen hogerop konden komen in organisaties. De avond begon met zang van Denise Rivera, die een eigen bedrijf als zangeres heeft, maar zich voorstelde als moeder. Achter mij zat Eva Vriend, ex-LC (de avond werd geleid door Marja Boonstra ook al van de LC), die zich kwaad maakte over het feit dat veel vrouwen dit aspect als eerste noemden. Ze is zelf moeder van een baby, maar vindt dit aspect volstrekt irrelevant. Ze snapte toch al niet waar al die vrouwen zich zo druk om maakten. 'Vrouwen konden zo zeuren', was een stelling. Eva siste dat mannen dat ook kunnen. En dat mannen, net als vrouwen, onzeker kunnen zijn. En waarom vrouwen altijd geinterviewd werden of in elk geval zelf begonnen over hun kinderen. Werd dat mannen ooit gevraagd? Het is van alle tijden dat vrouwen worden aangesproken op hun vrouwzijn. Ik heb ooit begin jaren tachtig tijdens mijn studie geschiedenis aan de Rijksuniversiteit eens een referaat gehouden over de Olympische Spelen van 1948 en 1956. Atlete Fanny Blankers-Koen werd in de media toen al de 'vliegende huisvrouw' genoemd. Maar ook vandaag de dag kom je in sportverslagen nog vaak genoeg tegen dat een sportster uitlegt of gevraagd wordt uit te leggen welke invloed haar priveleven (lees de geboorte van een kind, het moederschap an sich) op haar carriere heeft. Bij mannen wordt dit en passant vermeld. Huntelaar is volwassener geworden bijvoorbeeld, sinds hij vader is. Bij vrouwen lees je er altijd meer over. Terwijl dit toch even relevant is of niet. Van Yvonne van Gennip, die in 1988 drie gouden plakken won tijdens de Olympische Spelen van Calgary), vertelden de media dat haar goede prestaties mede te danken waren aan haar relatie met ene Arie. Een vrouw kan blijkbaar zelf niets. Daar is altijd een man voor nodig. Al is het maar in de vorm van een relatie als stabiele factor. Ooit gelezen dat de palmares van Robin van Persie op het conto komen van zijn vrouw als stabiele factor? Nee, natuurlijk, want zoiets is absurd.
Er werd ook even stilgestaan bij de 'spelletjes' die je als vrouw dient te spelen, wil je serieus genomen worden door het 'old boys netwerk'. Een hoge vrouw uit de top van de NHL noemde dit. Ik ben niet zo van deze spelletjes, maar je ontkomt er niet aan vrees ik als je in een hanerige omgeving verkeert. Mannen doen zich altijd meer en beter voor dan ze zijn. Ze solliciteren altijd op functies waarvoor ze net niet gekwalificeerd zijn. Met bluf komen ze ver. Vrouwen solliciteren vaak naar banen die net onder hun niveau liggen. Ze zijn onzekerder en zeggen tegen anderen dat ze voor die ene hoge baan niet gekwalificeerd genoeg zijn. Ze vinden dat werk vooral 'leuk' moet zijn. Dat schijnt trouwens iets typisch Hollands te zijn. In de vele buitenlanden heb je een baan en moet de hypotheek betaald worden en wordt er nauwelijks nagedacht over het leuke van een functie. Je baan is je baan en er moet domweg brood op de plank komen. Toch zal het best waar zijn dat vrouwen zich te weinig in de kijker spelen. Ik ben opgevoed met: bescheidenheid siert de mens. Mooi calvinistisch. Mijn moeder zei: Eigen roem stinkt. laat een ander mij maar prijzen. Vrouwen willen ook gevraagd worden. Ik ook. Mannen stappen op de directeur af en vragen. Ik vind het genant en weinig sympathiek als mensen hoog van zichzelf opgeven. Maar mannen hebben daar meestal net iets minder moeite mee. Die meten breed uit wat ze wel niet gedaan hebben, welke opleiding ze genoten, welke ervaring ze hebben en welke projecten ze met succes hebben uit- of aangevoerd. En de vrouwtjes maar knikken en vol bewondering opkijken naar meneer. Veel mannen praten graag over zichzelf en zijn nauwelijks geinteresseerd in de ander. Het schijnt, aldus mijn buurvrouw, dat je mannen altijd omstandig moet uitleggen hoeveel werk je wel niet gehad hebt aan een klus. Want als je iets snel en geruisloos klaarspeelt, wordt dat niet of nauwelijks op waarde geschat. Het boek 'Je begrijpt me gewoon niet' van Deborra Tannen zou hier gelikte voorbeelden van geven. Na afloop dronken Eva, Jantien en ik buiten op het terras nog wat. 'Jij staat ook in de Leeuwarder Courant met stukken?'' wilde Eva weten. -Nou, ik schrijf voor Ambitie en dat wordt dan doorgeplaatst', legde ik uit. - Wat is Ambitie? wilde Eva weten. -O, een of ander blaadje, bagatelliseerde ik. - Een blaadje? verbaasde ze zich. Ik herstelde mezelf, want ik had wat geleerd vanavond. 'Dat is DE banenkrant van het Noorden, waarin ik sinds anderhalf jaar een vaste rubriek heb!' Mijn moeder begon vast al iets te ruiken.

Friday, May 01, 2009

Aanslag

Het is natuurlijk verschrikkelijk wat er gisteren in Apeldoorn is gebeurd. Maar hoe weet men zo zeker dat er van een aanslag sprake was? Kunnen we zeker weten dat de man in zijn dollemansrit het op de bus van de Oranjes had gemunt? Hij zat meer dood dan levend, bloedend en al achter het stuur. En de agent die zich naar binnen boog schijnt direct gevraagd te hebben wat het doel was van zijn verbijsterende actie? De man moet dan iets gestameld hebben dat hij Beatrix wilde treffen? Hoe goed was hij nog bij zijn positieven? Wat mij opviel was dat geen enkel medium zich gisteren de vraag stelde waarom men zo snel sprak van een aanslag. Kan het niet ,,gewoon'' een gek zijn, een dwaas die zich op een uiterst gewelddadige wijze op het wereldtoneel wil manifesteren? Een zieke geest die aandacht wil? Het is zijn woord tegen dat van de agent. De dader is inmiddels dood en kan noch gehoord noch berecht worden. Het commentaar bij de NOS was nogal infantiel. ,,Wat gebeurt daar?'' hoorden we, toen de zwarte personenauto de gedenknaald ramde. Om nog maar te zwijgen van ,,Dit is absoluut niet gepland''. Alsof een kamikaze-actie als deze uberhaupt gepland kan zijn. Opvallend was dat Beatrix even opkeek, maar daarna strak voor zich uit bleef kijken. Waar haar zoon Alex en Maxima vol ontzetting hun hand voor hun mond sloegen, bleef onze vorstin stug voor zich uit kijken. Ze wende zich af van haar dodelijke verwonde onderdanen die bloedend en vechtend voor hun leven over straat tolden. Een boosaardigerd zou dit zo kunnen uitleggen. Begrijpelijk dat ze deze afgrijselijke taferelen niet wilde aanschouwen. Of misschien had een veiligheidsman haar toegesnauwd: Niet omkijken! Doorrijden met die bus! We zagen de achterkant van de oldtimer naar Het Oude Loo rijden. Net als bij de moord op John F. Kennedy in 1963, toen FBI-agent Clint Hill aan de bumper hing, zagen we ook hier een beveiliger van het Koninklijk Huis achter aan de bus hangen.
Het deed allemaal erg onwezenlijk aan.
Maar ik heb me altijd al verbaasd dat onze Oranjefamilie zich zo ongedwongen onder de menigte kon begeven. Er hoeft maar een gek te zijn die de koningin een taart in het gezicht drukt. En dat nog in het beste geval. In 2004 versloeg ik zelf Koninginnedag in het Groningse Warffum. Ik schudde Pieter van Vollenhoven de hand en feliciteerde hem met zijn verjaardag. -Goh, zei een vriendin. -Heb je Pieter een hand gegeven? Ik vond dat heel gewoon. Alexander liep langs me heen, ik had hem zo kunnen aanraken. Vorig jaar in Makkum waren er al heel wat meer veiligheidsmaatregelen. Een cordon sloot zich om het gezelschap van de Koningin. Nu zal het allemaal nog strenger worden. Kamerheer R.S. Wegener Sleeswijk schijnt al geopperd te hebben dat er een pausmobiel voor Beatrix moet komen. Maar als de Oranjefamilie zich niet meer met het volk kan mengen, hoe dichtbij kun je dan nog figuurlijk bij je onderdanen staan? Als de Nederlander zich alleen maar op afstand kan vergapen aan de grandeur en Maxima niet meer een hand kan geven, zal dit het draagvlak voor het constitutioneel koningschap niet vergroten. Misschien taant de populariteit dan wel voor onze Prins van Oranje. Niet dat dit erg is. We waren ooit een machtige republiek en kunnen best zonder de monarchie. Het is niet meer van deze tijd dat je macht wordt bepaald door je geboorte en niet door een stembiljet. En macht heeft het koningshuis. Alleen is die niet controleerbaar. En dat is een slechte zaak. Laten we om te beginnen het ceremonieel koningschap invoeren. Laar Alexander en Maxima maar - a la Gustav in Zweden - linten doorknippen. Dan kunnen ze iets meer zeggen dan ze nu willen en is hun politieke macht verdwenen.

Sunday, February 22, 2009

Crisis

Wij hebben natuurlijk gemakkelijk praten, zei een kennis van me. Zij en haar man, beiden een goede baan en tamelijk veel onroerend goed in bezit, merkten niks van de crisis. En ik was het met haar eens dat doemdenken ook niks oplost. En dat de psychologische factor ozo belangrijk is. Maar als mensen in een neergaande denkspiraal terecht zijn gekomen, ze er moeilijk uit te trekken zijn. En als iedereen roept dat het nog veel erger wordt, ja, dan wordt het, volgens The Secret, ook alleen maar erger. Hoe charmant Obama ook lacht. De Nederlandse economie is vorig jaar met twee procent gegroeid. En het Centraal Plan Bureau kan wel meer voorspellen. Het zijn maar voorspellingen natuurlijk. De consument blijft zich suf kopen. Maar ja, wij hebben makkelijk praten. Wij staan niet op straat, zoals talloze anderen die hun baan zijn kwijtgeraakt. Zelf heb ik de crisis ook al ervaren, zij het in minieme mate. Eind december was ik bij de uiterst gezellige kerstborrel van De Weekkrant, waarvoor ik sinds een jaar eens in de twee weken een bijdrage schreef. Het ging goed met de Friese editie, werd verteld. Er werd overwogen om een nieuwe freelancefotograaf toe te voegen. Nog geen anderhalve maand later kreeg ik via de mail van de hoofdredacteur te Zwolle te horen dat mijn bijdragen niet langer op prijs werden gesteld. Kredietcrisis weet je wel. Mijn directe contactpersoon was verrast, zij wist van niks. De dag ervoor had ze me nog gemaild voor een volgend onderwerp. Kranten gaan dus op de kleintjes letten. En elke cent telt. Dus naar ervaring en kwaliteit wordt niet gekeken. Even blase: als NRC-correspondent ben je toch niet zomaar iemand. Maar het telt niet. De beste journalisten worden achteloos aan de kant geschoven. Las ik in het NRC van vorige week. Een crack die alom complimenten oogstte over haar verslag van de Inauguratie van Barack Obama kreeg van haar chef doodleuk te horen dat er 24 mensen uit moesten. ''En jij bent er een van.''
Ik heb trouwens een stomme fout gemaakt. Ik heb een naam verkeerd gespeld, of erger nog: totaal verhaspeld. Een meneer Bontekoning heb ik per abuis Bontebok genoemd. Consequent dat wel. Anders had de eindredactie me wel gebeld: hee, is het nu Bontebok of Bontekoning? Ook in mailtjes van onze NRC-eindredactie wordt er voortdurend gehamerd. Op checken en zorgvuldigheid. Nu was dit voor een andere opdrachtgever, maar het blijft stom. Ik heb zowel de opdrachtgever, die overigens op zich tevreden was over het artikel, als de persoon in kwestie excuses aangeboden.
Hoe kan zoiets gebeuren? Je schrijft het stuk en ziet in je aantekeningen ''B'' staan. Je weet nog vaag dat het iets met Bonte te maken had. In plaats van, wat ik eigenlijk altijd doe, de naam nog eens goed te controleren (''Hoe heette die man nou precies?'') ging ik af op de naam die zich blijkbaar in mijn hoofd had vastgezet. Bij Bonte dacht ik blijkbaar aan Bok. Niet aan Bonte was of Bonte specht. Of Bonte Hond. En helaas al helemaal niet aan Bontekoning. Mijn opdrachtgever probeerde me nog te troosten met de woorden: ''Ik geef toe dat Bontebok lekkerder bekt dan Bontekoning.'' Maar voor de persoon in kwestie is het erg vervelend. Niet alleen omdat je hem nu als kleine zelfstandige niet treig kunt vinden via de zoekmachine, maar omdat de naamsverhaspeling ook zo kwetsend is. Een naam is toch al zo identiteitsgevoelig. Ik herinner me dat mijn oma altijd behoorlijk pissig werd als iemand haar ,,mevrouw Mik'' noemde. Ze bitste dan: 'DE Mik!' En haar meisjesnaam was VAN Doesburg, dus niet gewoon Doesburg. De hilariteit en minachting waren groot toen een dominee van de kansel mijn vader al stotterend Jan de WIT noemde. Die had natuurlijk nog nooit van DE MIK gehoord en dacht aan een tikfout. Dus meneer Bontekoning, ik begrijp de gevoeligheden. Mijn fout is onvergeeflijk. Ik zal voortaan beter uitkijken.
Het was niet de eerste keer trouwens. In een ver verleden heb ik een meneer van der Valk eens consequent van der Wal genoemd. Het is al ruim 15 jaar geleden, maar ik weet het nog altijd. De geinterviewde in kwestie deed het af als: ''geeft niks', maar stom was het wel. Ik ben goddank niet de enige. Een collega noemde ooit een meneer De Geus meneer De Reus. Ik troost me met een uitspraak van Abraham Lincoln: ''Wie niet in staat is een fout te maken is tot niets in staat.'' En neem me ernstig voor elke naam voortaan te checken.

Friday, December 05, 2008

Anita

Als het Friesch Dagblad zijn hoofdcommentaar wijdt aan een PvdA-politicus is er wat bijzonders aan de hand. Gedeputeerde Anita Andriesen (51) is overleden. De rode Andriesen, die in haar rode Ford Ka met PvdA-logo de provincie doorcrosste, was ooit ook voorzitter van de Gereformeerde Kerk in Sint Annaparochie. Op datzelfde moment was ze dat ook van de PvdA-afdeling in Het Bildt. Anita kon over grenzen heenkijken. Een virusinfectie werd haar uiteindelijk fataal. Ze leed vijf jaar aan borstkanker en hoorde eind 2006 dat ze ongeneeslijk ziek was. Hoeveel tijd ze nog had wist ze niet. Het kon twee jaar zijn maar ook tien, had de dokter gezegd, vertelde ze me. Ik was aangedaan toen ik het nieuws van haar dood hoorde. Anita was politica en bestuurder, maar vooral een gewoon, authentiek, aardig mens. Aanstekelijk enthousiast, altijd positief, bevlogen, energiek en zeer toegankelijk. Ook voor de pers. Ze was altijd bereid een toelichting te geven, ze belde je terug. De eerste keer dat ik haar aan de telefoon had was in 2002. Het was laat, na de statenverkiezingen. Ik had haar woordvoerder gevraagd of ze me terug wilde bellen. Ik lag al op bed, het was laat, had niet verwacht haar die avond nog te spreken te krijgen, maar ze belde. Ik was direct geraakt door haar openheid en helderheid van argumenteren. Anita gaf altijd gehoor, ook als ik haar de jaren daarop belde, of ontmoette. Ooit sprak ik de voicemail van een burgemeester drie keer in, zonder dat ik wat van hem hoorde. In wanhoop belde ik zijn voorlichter. Kort daarop kreeg ik de burgervader rap aan de lijn. Dat zou je bij Anita, zoals iedereen haar noemde, niet gebeuren. Altijd hartelijk en goedlachs. Een keer belde ik haar toen ze op weg was naar een chemokuur in Amsterdam. Met het Leeuwarder MCL had ze geen goede ervaringen. Het ging best goed. 'De bealch d'r foar', was haar houding. Haar werk als gedeputeerde gaf haar zoveel positieve energie. Dus waarom zou ze thuis gaan zitten kniezen? Daar werd ze ook niet beter van. Ook het meeleven van de mensen om haar heen gaf haar kracht. Ze maakte zich vooral zorgen om haar drie zonen, vertelde ze. Dat ze zou wegvallen als die nog niet volwassen waren.
Anita Andriesen was een boegbeeld van de provincie Friesland, schreven haar collega's. Ze had unieke bestuurlijke kwaliteiten, omdat ze in staat was mensen met ogenschijnlijk onverenigbare standpunten toch op een lijn te krijgen. Bij het Streekplan bracht ze boeren en natuurbeschermers tot elkaar. Het ging haar om de kwaliteit van de ruimtelijke indeling in haar Friesland. Met veel bezieling, soms fel (Anita, mag het een beetje minder? vroegen statenleden haar wel) maar altijd op argumenten voerde ze debatten. De Friezen waardeerden haar. FNP'er Johannes Kramer zei me dat Friezen een zwak hebben voor het matriarchaat. En Anita deed denken aan een moeder. Een 'mem' voor Friesland. Haar verkiezingscampagne 'Anita Foar Fryslan" (in 2007) trok de aandacht van de landelijke PvdA. Overal verloren de sociaal-democraten, maar in Friesland bleef het verlies minimaal. Dankzij Anita, die rode rozen uitdeelde en mensen het gevoel gaf dat ze gehoord werden. Ze werd lid van de adviescommissie die het PvdA-echec moest analyseren. Ik heb niet de indruk dat er met haar adviezen (wees authentiek, luister naar de mensen, neem ze serieus en zoek ze vooral op) bij de PvdA veel gedaan is.
Haar dood kwam toch nog onverwacht. Ik was maandag bij een symposium van de Waddenacademie in Leeuwarden, waar ik haar collega's Tineke Schokker (CDA) en Jannewietske de Vries (PvdA) nog hartelijk zag lachen en grapjes maken. Dat doe je niet snel als je collega op sterven ligt, dacht ik, dus Anita's toestand was mogelijk stabiel. Maar twee dagen later lag daar de mededeling van GS in mijn mailbox. Hoewel je als journalist natuurlijk immer onafhankelijk en objectief probeert te zijn, blijf je ook mens. Ik was verdrietig. Met respect en bewondering denk ik terug aan Anita Andriesen.

Sunday, November 23, 2008

Rokers

En dan de vraag die onvermijdelijk volgt. 'Wat vindt u er zelf van?' Vaak krijg je die als journalist als je mensen interviewt, ze vriendelijk hun mening vraagt, terugkoppelt of je het goed begrepen hebt, knikt en kritisch doch aardig blijft. Ik zat weken geleden alweer in rookkroeg De Drie Uiltjes in Groningen aan de bar. Ik was op pad voor het NRC voor een verslag uit een rokersbolwerk. Om mij heen stonden de asbakken op de toog en de rokers staken er geregeld eentje op. In Groningen begon de rookrebellie. De blauwe walmen slaan op mijn keel, mijn kleding stinkt. Hoewel ik ben opgevoed met twee rokende ouders (hoewel, mijn vader stopte vijf jaar voor zijn dood, abrupt en zonder veel ophef van de ene dag op de andere na bijna 40 jaar gerookt te hebben op zijn 55ste) om mij heen, heb ik zelf nooit een sigaret aangeraakt. Ik vond en vind roken smerig en vies en ik beschouw rokers steeds meer als losers. De maatregel van Minister Klink voor een rookvrije horeca is genomen om personeel in de horeca een rookvrije werkplek te geven, want meeroken kost de samenleving jaarlijks miljoenen. Rokers sterven jonger, je krijgt en longkanker en hartziekten van. Ik ken iemand die veel sportte, niet te dik was, kortom veel aan beweging deed, maar rookte en wel een bypass moest ondergaan. In de media is veel te veel aandacht voor de ach en wee roepende kroegbazen. Waar blijft de repo uit een cafe waar niet gerookt wordt en waar de bezoekers dat toejuichen? Waar blijft het protest van de CAN, (Club Actieve Niet-Rokers, nu Clean Air Now) over het feit dat de wet massaal wordt overtreden en dat de overheid niet ingrijpt? Waar blijft het verzet van astmapatientenverenigingen dat hun leden het cafe worden uitgejaagd? Waarom is iedereen zo coulant en zo vol begrip voor mensen die zich hun eigen graf in roken? Omdat het zo gezellig is dat roken? Waarom is er niet meer aandacht voor het gezondheidsaspect? Nova liet vorige week terecht een Ierse journalist aan het woord, zelf nota bene een ex-roker, die vertelde dat 99 procent van de Ieren het rookverbod steunde, omdat ze wisten hoe schadelijk roken is. Zeventig procent van de Nederlanders steunt een rookvrije horeca. Waar blijft het verzet van de inmiddels rookvrije cafes, die zo oneerlijke concurrentie krijgen van hun aller aan nicotine verslaafde collega's? Overal in Europa is de invoer van het rookverbod soepeltjes verlopen. Alleen in Nederland winnen de grote bekken het. Klink houdt zijn rug nog recht. Nog wel. Maar de rokerslobby is luidruchtig, heeft de media aan zijn zijde. Mijn eigen NRC vond het nodig, nadat ik de overtredende cafebazen uitgebreid aan het woord liet, om het vanuit Den Bosch nog eens dunnetjes over te doen. Die argumenten weten we nu wel! Zwijg ze dood die wetsovertreders. Stuur de politie op hun dak! Sluit hun cafes desnoods! Breek het verzet in naam van de gezondheid! Steun mensen die van die verschrikkelijke verslaving af willen. Willen zij zichzelf blijven vergiftigen, prima. Maar laat een ander vrij ademhalen. Ik vraag me af hoe wijlen mijn moeder over die commotie gedacht zou hebben. Ze rookte denk ik wel 50 jaar. Maar als er ergens niet gerookt mocht worden, kon ze dat ook prima. Ze ging beslist niet naar buiten om een sigaretje op te steken. Ze was toch zeker niet verslaafd! Dan rook ik er thuis wel een extra, zou ze gezegd hebben.
Ja, wat vind ik er zelf eigenlijk van, vroeg de roker mij aan die Groningse bar. Ik zei dat dit er niet veel toe deed, maar als hij het mij op de vrouw af vroeg, zei ik dat ik voor het rookverbod was. Het was even stil. Het leek wel of hij er niet meer eentje durfde op te steken.

Friday, October 17, 2008

HIV

Ik buig me voorover naar de laptop van mijn Volkskrantcollega. ,,Kippevel in de rechtszaal'', lees ik. Ze laat me haar stukje lezen dat ze heeft geschreven. Zelf was ik niet bij de slachtofferverklaringen van de aangevers in de hiv-zaak. Ze zouden zijn gedrogeerd en verkracht en met hiv zijn besmet via injecties. Drie verdachten, Peter M., Hans J. en Wim D. stonden deze week terecht voor de rechtbank in Groningen. ,,Sinds wanneer scheiden wij geen meningen van feiten meer?' merk ik op. Ze zegt dat ze het ,,zo zielig vindt'' voor die jongens. Ze bedoelt dan de vermeende slachtoffers - Jij niet? Ik haal mijn schouders op. -Ze wisten toch waar ze heen gingen?, antwoord ik. Maar is het niet verschrikkelijk wat er gebeurd is? Ze memoreert alle bizarre details die wij de afgelopen dagen te horen kregen. Van dubbele penetratie, tot fistfucking en zelfs een voet die in de anus van een partyganger verdween. ,,Jij kijkt nergens raar van op, he? constateert mijn collega vragend.
Nee, na 23 jaar journalistiek kan ik met een zakelijke blik naar rechtszaken kijken. Ik zat eens met een andere collega bij een man die verdacht werd diverse prostituees te hebben gewurgd. We zaten maar een paar meter van hem af in de rechtszaal. Mijn (vrouwelijke) collega zei dat ze bijna misselijk werd als ze naar die ronde handjes keek. Ik had daar totaal geen last van. Ik neem dingen die ik als journalist meemaak, zelden mee naar bed. Ik schrijf erover, als reporter, en vindt zaken natuurlijk wel eens erg, maar ik beschouw ze toch van een afstand. Mijn enige doel is om de lezer goed en objectief te informeren. 'Is er eigenlijk wel iets wat jou nog kan schokken?' vroeg mijn collega. -Ja, antwoordde ik direct - Dierenleed. Als ik lees hoe zwerfhonden in ons aller EU-landen Spanje, Griekenland en Portugal worden opgehangen, afgeranseld, aangereden, op vuilnishopen gedumpt en mishandeld, krijg ik de koude rillingen en schaam ik me dat ik een mens ben. Dieren zijn weerloos en kunnen niet voor zichzelf opkomen. Volwassen mensen kunnen dat in elk geval meestal wel.
De afgelopen vijf dagen reed ik op en neer naar Groningen voor de geruchtmakende hiv-zaak. Ik zat op de vierde verdieping in een aparte zaal met collega's. Dus niet in de zittingszaal. Via een scherm konden we het proces volgen. Doorgaans zit ik liever in de zittingszaal zelf, want je bent directer bij de zaak betrokken en kunt je doorgaans beter concentreren. Ook zie je de reacties van verdachtes en anderen in de zaal. Maar in de perszaal kun je in en uit lopen en tussendoor een telefoontje plegen. We krijgen een beeld van de seksfeestjes. Poppers, XTC, Viagra, ghb, alcohol: het ging allemaal in grote hoeveelheden naar binnen bij aangevers en verdachten. Voor veel van mijn heterocollega's gaat er een wereld open. Maar ik lees de GayKrant en kwam zelf ook wel eens in homodisco De Golden Arm in Groningen. Dus wat homomannen allemaal beweegt en opwindt weet ik zo langzamerhand wel. Althans wat een kleine groep prefereert. Ik kan me, in tegenstelling tot veel heterovrouwen, ook niet storen aan mannen die de baan op gaan in de parken. Het is deel van een cultuur, al hoef ik het persoonlijk niet te zien.
Persofficier Oebele Brouwer vertelde vanmorgen aan een paar collega's en mij dat het OM de zaak niet anders had gebracht wanneer de slachtoffers vrouwen waren geweest. Ik had niet anders verwacht. Wel ben ik wat termen wijzer. ,,Bare'' seks is onveilige seks. Bottom is wat vroeger ,,passief'' heette. Als een man zich laat neuken (deze woorden werden zonder blikken of blozen uitgesproken door zowel aanklager als advocaten, iets wat 25 jaar geleden ondenkbaar was geweest!) is hij dus bottom. Brouwer vroeg wat we ervan vonden. Ik denk persoonlijk dat het tot een veroordeling komt. Hoewel er geen keihard wetenschappelijk bewijs is, denk ik dat de bekentenis van Hans J., diens bekennende briefje en de verklaringen van de aangevers voldoende zullen zijn. Maar tot een forse celstraf komt het denk ik niet. De eis was vijftien jaar, fors. Ik schat dat het op 3 of 4 jaar uit komt. Dan zal het OM ongetwijfeld in hoger beroep gaan. Dan komt de zaak, en het hele perscircus, dus t.z.t. voor het Leeuwarder gerechtshof.